In april 2022 stopten vier laadpunten van het gemeentebestuur op het Britse Isle of Wight met laden. Wie er aankwam kreeg geen stroom, maar een pornosite op het scherm. Er was geen geniale inbraak voor nodig. Iemand had simpelweg het webadres omgeleid dat de palen op hun scherm toonden. De laders zelf deden niets verkeerd. Ze lieten braaf zien wat hun opgedragen was.
Dat is het ongemakkelijke beginpunt van elk eerlijk gesprek over laadfraude. De aanvallen die de krant halen klinken spectaculair. De fraude die echt geld kost is meestal saai, goedkoop en verrassend eenvoudig.
De koppen zijn moeilijk, de fraude niet
Begin 2026 verzamelden beveiligingsonderzoekers zich in Tokio voor Pwn2Own Automotive. Een team nam er een Alpitronic-snellader volledig over via de laadkabel zelf, het eerste publieke exploit van een supercharger. Een half jaar eerder bleek een veelverkochte DC-lader een rootshell prijs te geven aan iedereen die zijn auto insteekt, omdat beheerdiensten per ongeluk openstonden op de laadstekker. Indrukwekkend, en terecht groot nieuws.
Maar dat soort aanvallen vraagt de juiste kwetsbare hardware, fysieke toegang en weken werk. Ze zijn zeldzaam. De fraude die operators werkelijk raakt zit een niveau lager, in het alledaagse. Ze vraagt geen exploit. Ze vraagt een sticker, een goedkoop apparaatje, of gewoon geduld.
Vijf minuten en een sticker
De makkelijkste fraude van allemaal vereist nul technische kennis. Je plakt een valse QR-code over de echte op een laadpaal. Wie hem scant belandt op een namaak-betaalpagina die zijn kaartgegevens opslokt. In België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en verder zijn zulke stickers gemeld. Onderzoekers vermoeden dat sommige fraudeurs een stoorzender inzetten zodat de laad-app niet werkt en de bestuurder wel de QR móet scannen.
De bestuurder verliest zijn geld. Maar de operator verliest iets dat trager herstelt: vertrouwen. En de terugboekingen komen bij hem terecht.
De pas die geen slot is
De laadpas voelt als een sleutel, maar gedraagt zich als een naamplaatje. De meeste RFID-passen gebruiken een chip waarvan de beveiliging al twintig jaar gebroken is. Met een apparaatje van dertig euro kopieer je zo'n pas in enkele minuten. In de praktijk valt de schade van kloneren mee, om een saaie reden: je staat fysiek aan de lader vast terwijl je op een gekloonde pas laadt, en dat maakt de pakkans hoog. Maar de les blijft staan. De pas bewijst niet wie je bent.
De kilowatturen die niemand telt
De stilste fraude laat geen sticker en geen gekloonde pas achter. Ze zit in de cijfers. Een meterstand die tijdens de sessie een stukje terugloopt, zodat er minder kWh gefactureerd wordt dan er geleverd is. Een sessie die start maar waarvan de afrekening nooit binnenkomt. Een tarief dat op het scherm anders is dan wat er aangerekend wordt. Geen van deze dingen ziet er op een factuur verdacht uit, want de factuur is precies waar de manipulatie zich verstopt.
Waarom het zo makkelijk is
Dit alles groeit in dezelfde bodem. Veel laadpalen praten met hun beheerplatform in platte tekst, over een onversleutelde verbinding, met een toegangssleutel die gewoon in het webadres staat en zonder dat de lader zich met een certificaat hoeft te bewijzen. We hebben het onlangs zelf nagemeten op een testlader: de verbinding kwam op zonder één vorm van authenticatie. Dat betekent dat de inloggegevens van de lader onversleuteld over het internet reizen. Wie meeleest, leest alles.
Wat je wél kunt zien
Hier draait het verhaal. Je vangt de inbraak zelden. Maar je vangt het gevolg. De energie die weglekt, de sessie die gekaapt wordt, de prijs die niet klopt. Dat gevolg laat sporen na in het OCPP-verkeer tussen lader en platform en in de facturatie, en naar dat verkeer kijkt vandaag bij de meeste operators niemand.
Dat is precies waar Proxilink zit. Een tweede toestel dat zich als jouw lader probeert aan te melden, het klassieke teken van kaping. Dezelfde pas die op twee laders tegelijk opduikt, of te snel na elkaar om ertussen te rijden, het spoor van een gekloonde of gedeelde pas. QR-sessies die op een lader instorten terwijl de lader gewoon blijft laden, wat op een valse sticker kan wijzen. Een betaalde sessie waarvan de boeken nooit sluiten. Meterstanden die terugspringen. Een aangerekend tarief dat afwijkt van wat je instelde. Firmware die stilletjes van versie veranderde. Negen detectielijnen, en ze draaien elke nacht.
De framing die klopt is niet dat er nooit iets mis kan gaan. Ze is dat je het dezelfde dag weet als er iets mis ging.
En wat we bewust niet zien
Eerlijkheid hoort in dit verhaal, want de omgekeerde belofte is gevaarlijker dan de fraude. Een lader die op hardwareniveau overgenomen is, stuurt volkomen normale OCPP. Daar zien wij niets van, en niemand op deze laag ziet dat. Een relay-aanval op Plug and Charge speelt zich af onder het protocol dat wij lezen. Een stoorzender of een fysieke skimmer staat helemaal buiten ons blikveld. We verkopen geen apparaatbeveiliging. We verkopen integriteit: we zien niet de inbraak, we zien het geld dat vertrekt.
De weg naar honderd procent
Dus wat is er nog nodig om het gat helemaal te dichten? De platformlaag kunnen we vandaag sluiten. De apparaatlaag wacht op techniek die eraan komt, en op standaarden die volwassen moeten worden.
Het begint bij de verbinding zelf. De nieuwe generatie van de laadstandaard, ISO 15118-20, maakt versleuteling met TLS verplicht tussen auto en lader. Dat haalt de bodem weg onder het meeluisteren en onder een reeks man-in-the-middle-aanvallen die vandaag mogelijk zijn omdat de oudere norm niets versleutelt. Het rolt binnen met nieuwe voertuigen en nieuwe laders, en het duurt jaren voor het de hele vloot bereikt.
Plug and Charge, het gemak waarbij je auto zichzelf identificeert zonder pas of app, heeft een certificatenprobleem dat eerst opgelost moet worden. Onderzoek toonde dat één certificaat van één laadpaal vandaag volstaat om zich als elke andere laadpaal voor te doen. Voor dat gemak echt te vertrouwen is, moet het onderliggende certificatensysteem volwassen worden of vervangen.
Daarnaast is er getekende, manipulatiebestendige metering nodig, meterstanden die niet stilletjes bijgewerkt kunnen worden, in de richting van wat de Duitse Eichrecht-regels al eisen. En op de lader zelf is er secure boot en hardware-attestatie nodig, zodat een lader kan bewijzen dat hij ongewijzigde firmware draait. Dat laatste is wat ons uiteindelijk zou laten antwoorden op de vraag of een lader gecompromitteerd is, in plaats van enkel of hij een gepatchte versie draait.
En er is een stuk dat we zelf in handen hebben. Wanneer het OCPP-verkeer van een lader door onze proxy loopt, zien we elk bericht in real time, niet enkel de facturatie-nasleep van de volgende ochtend. Dat is wat detectie van forensisch naar live tilt. Naarmate die fork de standaard wordt bij elke koppeling, verschuift onze blik van achteraf naar op het moment zelf.
Leg die stukken op elkaar, versleuteling op de draad, een betrouwbaar Plug and Charge, getekende meters, laders die hun eigen integriteit bewijzen, en een platform dat elk frame live meeleest, en je nadert een laadpaal die je van begin tot eind kunt vertrouwen. Daar bouwen we naartoe, één detectielijn per keer.
Tot het zover is, is het waardevolste niet de belofte dat er nooit iets misgaat. Het is dat je het merkt op de dag dat het gebeurt, en niet drie maanden later op je afrekening.
Veelgestelde vragen
Hoe makkelijk is het echt om te frauderen op een laadpaal?
Makkelijker dan de meeste operators denken, maar niet op de manier van de krantenkoppen. De spectaculaire hardware-hacks vragen specifieke kwetsbare apparaten, fysieke toegang en weken werk, en zijn zeldzaam. De fraude die echt geld kost is laagdrempelig: een valse QR-sticker over de echte, een RFID-pas die in minuten gekloond wordt, een meterstand die stilletjes wordt aangepast, of een sessie die start maar nooit afgerekend wordt.
Wat detecteert Proxilink wel?
Proxilink kijkt mee op het OCPP- en facturatieverkeer en vangt het gevolg van fraude: een tweede toestel dat zich als jouw lader voordoet, dezelfde pas die fysiek onmogelijk op twee laders opduikt, QR-verkeer dat instort terwijl de lader blijft laden, betaalde sessies zonder afrekening, terugspringende meterstanden, tarieven die afwijken van wat je instelde en firmware die stil van versie veranderde. Negen detectielijnen, elke nacht.
Wat kan Proxilink niet detecteren?
Apparaatcompromittering. Een lader die op hardwareniveau is overgenomen, stuurt volkomen normale OCPP, en niemand op die laag ziet dat. Ook een relay-aanval op Plug and Charge, een fysieke skimmer of een stoorzender vallen buiten ons blikveld. Proxilink verkoopt integriteit op platformniveau, geen apparaatbeveiliging.
Welke technologie is er nog nodig voor een volledige oplossing?
Verplichte TLS-versleuteling tussen auto en lader via ISO 15118-20, een volwassen certificatensysteem voor Plug and Charge, getekende en manipulatiebestendige metering in de richting van Eichrecht, en secure boot met hardware-attestatie op de lader zelf. Samen met een platform dat elk frame live meeleest via de fork, nadert dat een laadpaal die je van begin tot eind kunt vertrouwen.